NL - 24
5.
b.
Voor modellen type “III”:
3.
4.
5.
OPMERKING
7.5.5 enkel
voor modellen met opvang achteraan)
8.4.2.
7.5.6
1.
2.
in de hoogste stand (par. 6.4).
7.6 STOPPEN
1.
2.
OPMERKING
7.7 NA HET GEBRUIK
1.
2.
3. Controleer of er geen onderdelen los of
beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de
4.
en laad de accu op (par. 8.2.2), zodat ze volledig
1.
2.
3.
4.
LET OP
8.
GEWOON ONDERHOUD
8.1 ALGEMEEN
GEVAAR
De veil
hreven in hfdst.
2.
geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
1.
2.
3.
4.
GEVAAR
Laat de sleutel nooit in het contact zitten of binnen
het ber.
5.
6.
De frequenties en de aard van de