114 NL/BE
5. Herhaal de stappen 3 tot 4 om ver-
dere meetwaarden bij elkaar op te
tellen.
6. Druk op de MODE-knop
4
om de
optel-modus te verlaten. Alle gemeten
waarden op het display
2
worden
gewist.
Meten van
oppervlakten
1. Schuif de functieschakelaar
9
in de
positie „DISTANCE“. Het display
2
gaat aan.
2.
Druk een keer op de MODE-knop
4
.
Het symbool voor de meetmodus-
weergave
27
voor oppervlakten ver-
schijnt op het display
2
en de letter
„L“ (lengte) knippert op het display
2
.
3. Druk twee keer op de READ-knop
6
om de lengte te meten. In de bovenste
regel
20
van het display
2
verschijnt
de gemeten lengte en de letter „W“
(breedte) begint te knipperen op het
display
2
.