32 NL/BE
Reservoir van de
druksproeier vullen (afb. F)
Opmerking: controleer voor het gebruik
of het product zich in een feilloze toestand
bevindt.
Druk de handgreep van de pomp
1
naar beneden en draai hem tegen de
klok in.
Opmerking: om nog in het reservoir
5
aanwezige druk te laten ontsnappen,
trekt u het veiligheidsventiel
3
naar de
zijkant, voordat u deze opent.
Opmerking: u kunt de standvoeten
15
aan het onderste einde van de fles uit-
klappen, zodat het product stabieler staa
t.
Trek de pomp
2
uit het reservoir
5
.
Vul vervolgens het reservoir
5
.
Opmerking: vul het reservoir
5
sle
chts
met zo veel vloeistof, als u voor het ge-
bruik nodig heeft (niet meer dan max. 5 l)
.
Bevestig de handgreep van de pomp
1
aan de pompafdekking
2a
. Plaats de
pomp
2
weer op het reservoir
5
en
draai de handgreep van de pomp
1
met de klok mee tot aan de aanslag.
Werkdruk genereren
Draai - voordat u met het pompen begint -
de handgreep van de pomp
1
tegen d
e
klok in om deze te ontgrendelen.
Beweeg de handgreep van de pomp
1
omhoog en omlaag, totdat de druksproeier
is opgepompt tot de maximaal toege-
stane werkdruk van 2,5 bar. Let vanwege
dit doeleinde tijdens het pompproces op
de manometer
4
.
Opmerking: als de luchtdruk in het
reservoir
5
2,5 bar overschrijdt, ontwijkt
automatisch druk via het veiligheidsven-
tiel
3
.
Druk de handgreep van de pomp
1
naar beneden in de uitsparingen en dr
aai
hem vervolgens met de klok mee vast.
Maak de spuitbuis
8
vervolgens los uit
de houder.
Opmerking: klap de standvoeten
15
uit en ga op het vlak staan, als u op de
grond pompt, om een grotere stabiliteit
te waarborgen.
Klap de standvoeten
15
weer in, door
op de met “PUSH” gemarkeerde toets
te drukken, als u pompt, terwijl u het pro-
duct op uw schouder draagt.
Q
Sproeien
Hang de drukspuit met de draagriem
6
over de schouder.
Opmerking: waarborg dat de druk-
spuit zich altijd in verticale positie bevindt.
Alleen dan is een optimale werking
mogelijk.
Houd de spuitbuis vast aan de handgreep
11
en richt de verstelbare sproeikop
7
bijv. op een plant.
Opmerking: u kunt de sproeikop
verdraaien om de verschillende sproei-
functies te kiezen (volle straal (afb. B1),
nevelstraal (afb. B2), douchestraal (afb.
B3), regenstraal (afb. B4). De sproeikop
heeft drie beweegbare elementen waar-
mee u de gewenste sproeihoek kunt in-
stellen (afb. B).
Druk op de bedieningshendel
13
om
het sproeiproces te beginnen.
Laat de bedieningshendel
13
los om
het sproeiproces te beëindigen.
Opmerking: als de druk in het reser-
voir
5
niet meer hoog genoeg is om
te sproeien, pompt u het reservoir
5
weer op tot de maximaal geoorloofde
bedrijfsdruk van 2,5 bar. U kunt de