AHT Cooling Systems GmbH
gedrukt21.05.2018 22:54 pagina 195
361929_0917_BA_SM_V4_06.09.2017_U_nlNL_CD.docx
►Laad de producten over naar een ander apparaat
met dezelfde producttemperatuurklasse.
►Neem direct contact op met de onderhoudsdienst
(zie→ hoofdstuk 10.5).
Neem voor extra mogelijkheden over bewaking op
afstand contact op met de onderhoudsdienst.
10 Instandhouding
Controletaken door bedieningspersoneel:
Controle op
- onberispelijke toestand van de
apparaten
- vreemde voorwerpen in de
productruimte
- gesloten glazen deksel
Beschadiging glazen deksel/
glaselementen
Breuk opgeslagen glazen
verpakkingen (koelers)
Juiste vulling met producten
Controle op ijsvorming in
binnencontainer
Controle op verontreiniging
Verontreiniging van het apparaat
Resten van levensmiddelen en
verpakkingsresten
Bodem (omgeving van het
apparaat)
Plasvorming voor/onder
Apparaat (dooiwater)
Apparaten met (AD)-functie:
Dooiwaterzeef
Apparaten type R-290: elektrostatische
ontlading en vonkvorming bij ontbrandbare
koudemiddelen. Vonken kunnen bij
beschadiging/lekkage van het
koudemiddelcircuit ontsnappend koudemiddel
doen ontvlammen. Brandgevaar.
►Gebruik een licht bevochtigde doek of
spons om dooiwater te verwijderen en om te
reinigen.
►Gebruik geen droge doeken of sponzen om
droog te wrijven (gevaar voor elektrostatische
lading en vonkvorming).
►Gebruik geen elektrische apparaten (bijv.
natzuigers) in het koelvak die niet
overeenkomen met het door de fabrikant
geadviseerde model. Apparaten met een
markering voor explosiegevaar (zie → 1.2)
zijn toegestaan.
Ontdooiing
Verantwoordelijkheid:
Exploitant/bedieningspersoneel
Bij apparaten zonder (AD)-functie moet altijd een
volledige ontdooiing (zie →10.1.1) worden
uitgevoerd.
Apparaten met (AD)-functie ontdooien automatisch
met regelmatige cycli (zie → hoofdstuk 3.1).
Daarnaast kan door de exploitant bij sterkere
ijsvorming in de binnencontainer een
halfautomatische ontdooiing (zie →hoofdstuk 4.2.2.4/
4.2.3.4) worden gestart. Bij apparaten met de
bedrijfsmodus koeling ("+", "S") kan de automatische
ontdooiing in de fabriek zijn uitgeschakeld.
Volledige ontdooiing
Bij apparaten met en zonder (AD)-functie.
Geadviseerd wordt om de volledige ontdooiing te
combineren met de basisreiniging.
Ontdooi-interval
Om hygiënische redenen minstens 2 maal per jaar.
Bij apparaten van de serie (U/V):
Voor elke omschakeling naar een andere
bedrijfsmodus.
Uitvoering van een volledige ontdooiing:
Laad de producten over naar een ander
apparaat met dezelfde
producttemperatuurklasse.
Schakel de koelfunctie uit
[DEFROST]-toets
indrukken.
Groene lamp (3,
3a of 3b) dooft.
Zie → hoofdstuk
4.2.1
Toets [STANDBY]
minstens 1 sec. of
[STANDBY RESET]
minstens 3 sec.
indrukken. "---" wordt op
het display weergegeven.
Zie → hoofdstuk
4.2.2.1/4.2.3.1
Demonteer het deksel (zie → hoofdstuk 7).
Verwijder alle accessoires uit de binnenruimte
van het apparaat, zoals: luchtkanalen,
opslagrek, productroosters. De ventilatorsteun
blijft in het apparaat.
Apparaten type R-404A: Natzuiger of spons.
Apparaten type R-290:
Natzuigers/elektronische apparaten met
markering voor explosiegevaar of licht
bevochtigde doek (let op de waarschuwing zie
→ hoofdstuk 10).
Apparaten met dooiwaterstop (optioneel):
Plaats een lekbak onder de afvoer.
Verwijder de dooiwaterstop.
Laat het dooiwater weglopen.
Sluit de dooiwaterstop weer.